De heiligen hebben het in dit ondermaanse tegenwoordig moeilijk. Hun heiligdommen worden niet meer door trouwe scharen vereerders bezocht, hun relieken niet langer eerbiedig gestreeld en gekust en hun schrijnen niet meer door kaarsengloed verlicht. Het enige wat hen nog rest is een naamsvermelding op de kalender, al werd zelfs dat niet niet aan allen gegund. Tijdens de Vaticaanse conciliaire beeldenstorm werden een aantal hemelbewoners gewoon doodleuk van de almanak geschrapt. Na eeuwen van wonderen en mirakelen zonder tal werden ze voor bewezen diensten bedankt: een aantal wijze monsignori's beweerden dat ze nooit hadden bestaan en dus niet heilig konden zijn.
Nu zijn er nog wel een paar heiligen die ondanks alles tamelijk standhouden. Antonius doet het niet zo slecht, Rita heeft nog voldoende hopeloze gevallen en Padre Pio mag zeker ook niet klagen. Met deze topdrie van instant-mirakelmakers heb je de huidige heiligenverering echter wel gehad. Wie spreekt hedentendage echter nog over de roemrijke veertien noodhelpers, of over de heilige Moeder Anna, of Blasius met zijn gewijde kaarsen, en Elooi, de doorboorde Sebastiaan of Agnes met haar lammetje? Die echte eeuwenoude heiligen, die lichtbakens en geloofsrotsen, die raakten in de vergetelheid. En dat is jammer. Eeuwenlang waren ze een toevlucht bij rampen, noden, kwalen en gevaren. En hielpen ze soms niet altijd, so what, het griepvaccin biedt ook maar 40 procent garantie. Hun feesten waren de vaste aangename haltes in de loop van het drukke arbeidsjaar en aan hun vitae en legenden kan geen enkel modern fantasyverhaal tippen. Hun mirakelen leerden ons bovendien om dienstvaardig en mild te zijn, en mededogen te hebben.
Voorbij dit alles. De heiligen mogen het nu wat rustiger aan doen. Wellicht laten ze het niet aan hun hart komen en genieten ze des te meer van de hemelse zaligheid. Gelijk hebben ze, ze hebben immers het beste deel gekozen. Al zullen ze de huidige situatie toch ook wel wat jammer vinden, vooral voor ons mensen hier beneden. Wie de heiligen niet langer vereert, laat heel wat feestgelegenheden voorbij gaan en krijgt minder kansen om te delen en met kleine dingen gelukkig te zijn. Zo zal Sint-Maarten de voorbije nacht bij heel wat huizen het stof van zijn oude koorkap hebben geklopt en tegen zijn vurig ros gefluisterd hebben: "Rij hier maar gerust voorbij, want hier staat geen klomp met raap en wortel klaar." Maar aan de huizen waar ter zijner ere licht brandde, hield hij halt en deelde overdadig lekkers en zoetigheid en sneukelgoed uit. En in die huizen heerste vandaag dan ook eenvoudige vreugde, en bakte men wafels en dronk men een goed glas wijn, Sint-Maarten en de heiligen ter ere!
Nu zijn er nog wel een paar heiligen die ondanks alles tamelijk standhouden. Antonius doet het niet zo slecht, Rita heeft nog voldoende hopeloze gevallen en Padre Pio mag zeker ook niet klagen. Met deze topdrie van instant-mirakelmakers heb je de huidige heiligenverering echter wel gehad. Wie spreekt hedentendage echter nog over de roemrijke veertien noodhelpers, of over de heilige Moeder Anna, of Blasius met zijn gewijde kaarsen, en Elooi, de doorboorde Sebastiaan of Agnes met haar lammetje? Die echte eeuwenoude heiligen, die lichtbakens en geloofsrotsen, die raakten in de vergetelheid. En dat is jammer. Eeuwenlang waren ze een toevlucht bij rampen, noden, kwalen en gevaren. En hielpen ze soms niet altijd, so what, het griepvaccin biedt ook maar 40 procent garantie. Hun feesten waren de vaste aangename haltes in de loop van het drukke arbeidsjaar en aan hun vitae en legenden kan geen enkel modern fantasyverhaal tippen. Hun mirakelen leerden ons bovendien om dienstvaardig en mild te zijn, en mededogen te hebben.
Voorbij dit alles. De heiligen mogen het nu wat rustiger aan doen. Wellicht laten ze het niet aan hun hart komen en genieten ze des te meer van de hemelse zaligheid. Gelijk hebben ze, ze hebben immers het beste deel gekozen. Al zullen ze de huidige situatie toch ook wel wat jammer vinden, vooral voor ons mensen hier beneden. Wie de heiligen niet langer vereert, laat heel wat feestgelegenheden voorbij gaan en krijgt minder kansen om te delen en met kleine dingen gelukkig te zijn. Zo zal Sint-Maarten de voorbije nacht bij heel wat huizen het stof van zijn oude koorkap hebben geklopt en tegen zijn vurig ros gefluisterd hebben: "Rij hier maar gerust voorbij, want hier staat geen klomp met raap en wortel klaar." Maar aan de huizen waar ter zijner ere licht brandde, hield hij halt en deelde overdadig lekkers en zoetigheid en sneukelgoed uit. En in die huizen heerste vandaag dan ook eenvoudige vreugde, en bakte men wafels en dronk men een goed glas wijn, Sint-Maarten en de heiligen ter ere!
Als noordelijke belg zou je denken dat St Maarten niet aan mij voorbij zal gaan, echter toch wel ik hen nooit begrepen wat ik met deze heilge aan moet. Het epistel van de tuin man of tuinman zet mij aan het denken.
BeantwoordenVerwijderenGroet aan allen.
Michel
Ach, hier kwam Sint-Maarten vandaag zelfs nog een tweede keer langs, met koek, snoep en marsepein, en geestrijke flesjes.
BeantwoordenVerwijderenWachten tot pakjesavond op de goedheiligman? Dat is aan ons niet besteed, dat duurt veel te lang. Wij in het zuiden nemen het er gewoon twee keer van.